Historie Onderwatergroep Neptunus
Deze geschiedschrijving is niet omvattend er zullen best nog wat belangrijke zaken zijn die niet genoemd zijn, maar geeft in grote lijnen de geschiedenis van 50 jaar Onderwatergroep Neptunus weer.
Het gaat veel te ver om in deze geschiedschrijving te verhalen over samenvoegen van diverse initiatieven van clubs als Baracuda, Onderwater Jagers Club Amsterdam, Triton etc.
Onze oorsprong start in 1957 als er een 2de Amsterdamse club wordt opgericht genaamd Manta. Om het snorkelen en het duiken te promoten timmerde het bestuur van Manta flink aan de weg. Zo kreeg de personeelschef van Holland Signaal te Hengelo een brief met de vraag of er binnen het personeelsbestand interesse was om een snorkel/duikreis te maken naar het Franse Cassis (Côte d’Azur). Een personeelslid van Holland Signaal, Jan van Dok, die ook hopman was van de padvinderij had belangstelling en zo kon het zijn dat een klein gezelschap van padvinders en personeelsleden van Holland Signaal richting Zuid-Frankrijk reisden en de kunst van het snorkelen/duiken zich eigen maakten. Bij terugkomst werd in mei 1960 een vereniging opgericht onder de naam Manta afd. Twente. Jan van Dok werd de 1ste voorzitter. In 1962 besloot de vereniging haar naam te veranderen in Onderwatergroep Neptunus. Samen met 5 andere verenigingen (Manta Amsterdam, Baracuda Den Haag, Merou Arnhem, OJC Amsterdam en OJC Gouda) is op 10 oktober 1962 de NOB (Nederlandse Onderwatersport Bond) opgericht. Siete Smit de vader van twee van onze leden werd de 1ste secretaris van de NOB.
Het duiken trok avonturiers en jonge mensen aan, zo ook Neptunus. In 1965 was het totale ledenbestand 18 personen die veelal uit studenten bestond die nog geen 18 jaar waren. Een tweetal vaders van leden waren dan ook bestuursleden. Voorzitter was dokter Waardenburg en de eerder genoemde Siete Smit was penningmeester en secretaris. Dokter Waardenburg was ook onze keuringsarts, zijn zoon Hans Waardenburg is het oudste clublid en lang onze bondsinstructeur geweest. Een jaar later zijn Karl Versteeg en ondergetekende lid geworden van Neptunus. Omdat ondergetekende al 25 jaren telde heeft het bestuur mij direct ingelijfd als bestuurslid (adjunct-secretaris en assistent van de materialencommissaris).
De vereniging trainde in de zomerperiode in het zoute water van Bad Boekelo. Een van onze leden was Coen Aldenberg en de vader van Coen was hoofd badmeester op Bad Boekelo. In de winterperiode trainden we in het Van Heek zwembad te Enschede. Dit bad stond op de plek waar nu C&A ligt. Neptunus trainde altijd op zaterdag om 17.00 uur, net bij het scheiden van de zaterdagmarkt. Het was een heel gedoe om met je uitrusting en flessen tussen al de marktkramen, marktbezoekers en de marktkooplieden te manoeuvreren. Een van onze leden, vond het prachtig en stoer om te gaan paraderen met fles op de schouder en die maakte nog een rondje om de markt. De persoon in kwestie is ook niet lang lid geweest.
Ons clubbezit aan apparatuur waren 2 flessen, één van 5 en de ander van 7 liter en 2 Dräger automaten waarvan 1 (1 traps/1 slangs) en 1 (1 traps/2 slangs). Bij de eerstgenoemde automaat kreeg je bij een bepaalde stand onder water geen lucht meer maar louter water, nog afgezien dat je op een diepte van ca. 20 meter, heel stevig moest zuigen wou er enige lucht in je longen komen. Je kunt je voorstellen hoe deze generatie duikers zich hebben gevoeld toen ze voor het eerst de 2 traps/1 slangs automaten mochten beproeven, er was sprake van een “opgeblazen” gevoel.
De vereniging was niet rijk, maar toch hebben we ons clubmateriaal goed kunnen aanvullen met giften en schenkingen die we kregen als we duikactiviteiten uitvoerden. De brandweer uit Twente vroeg ons regelmatig om mee te helpen met het zoeken van auto’s die te water geraakt waren. Ook werden visvijvers van teveel plantengroei ontdaan.
De buitenduiken die we nu als gewoon ervaren was vroeger een van passen en meten. Er waren maar een zestal leden die een “wetsuit” hadden en wat voor een. De pakken waren van ongevoerd neopreen waarbij je 2 methodes had om het pak aan te trekken. De natte methodiek, eerst het water in en dan met je natte lichaam het pak aan trekken (erg aantrekkelijk als het koud was), of de droge methode, door je eerst helemaal met poeder in te talken. Beidden waren zeer omslachtig en kosten nogal wat energie en conditie. Het was de gewoonste zaak van de wereld dat het zestal pakkenbezitters hun pakken uitleenden aan de andere leden van de club. Van maatpakken, wat nu het geval is was dus geen sprake, en menig lid zonder eigen pak heeft in zo’n geleend pak gedoken. Dat het niet goed paste was bijzaak, je kon in elk geval duiken, ook al duurde de duik, vanwege de kou niet zo lang. Later is een werkgroep in het leven geroepen die de pakken zelf ging maken, veel duikers hebben zo’n maatpak zelf gemaakt (ongevoerd neopreen), achteraf bleek het geen succes. Na een paar duiken kon je weer bij thuiskomst de scheuren en de naden lijmen. Via mijn familie in Amerika heeft ondergetekende als een van de eerste duikers een gevoerd maatpak gekocht en dat was letterlijk en figuurlijk een hele verademing, heel makkelijk aantrekken, je kon langer duiken omdat het naadloos paste.
Trim-en reddingsvesten hadden we niet en we kwamen in de problemen toen de NOB dat voorschreef en het een verplichting werd. Vindingrijk als we waren heeft een lid die installateur was, een reddingvest ontworpen en heeft zijn vrouw een viertal vesten gemaakt van watervast canvas. Er werd zelfs een CO2 patroon met knijpmechanisme er in genaaid inclusief een blaasventiel. Het canvas was redelijk dik en je kreeg met geen mogelijkheid om het vest op te blazen, ook al omdat de CO2 patroon met knijpmechanisme ergens in het vest rondzwierf, maar waar? Na een paar duiken was het mondstukje van de inblaasventiel vastgeroest en je kreeg er met geen mogelijkheid lucht meer in. Een drietal duikers had via connecties bij de KLM reddingsvesten bemachtigd, als je te water ging, dan begon het lampje te branden. Ook was een duikmes verplicht, maar die kon je nog nergens kopen, een bajonet bracht uitkomst, maar na een paar duiken kregen we die ook niet meer uit de schede, ook hier had de roest zijn werk gedaan. Kompas, duikhorloges, dieptemeters waren er niet. Automaten met manometer ook niet, voor de duik pakte je de clubmanometer en keek hoeveel er in de fles zat en dat was het dan.
Buitenduiken deden we in de Mecklenberg een zandafgraving (fijn grint) in de buurt van Albergen. De zandafgraving was met de hand gegraven en het water was er glashelder. Snoekbaarzen vormden de bewoners van de plas. De plas was eigendom van de ouders van een van onze leden en wij hadden het exclusieve recht daar te duiken. We hebben er vele nachtduiken gemaakt, kompasduiken maar ook ijsduiken in de winter. Op een bepaald moment verwonderen we ons dat er bijna geen snoekbaarzen meer te zien waren, tot dat een van onze leden uit Almelo opbiechtte dat hij tijdens nachtduiken die vissen gevangen had voor de consumptie. Hoe ging het in zijn werk: met de lamp verblinde je de snoekbaars, je hield je visnetje voor zijn snuit, tikte tegen de staart en de turbo ging aan. Snoekbaars was en is een delicatesse. Als straf heeft hij jonge broed moeten uitzetten.
Uiteindelijk is de Mecklenberg verkocht aan een aannemer en die heeft het ongestraft dicht gegooid met bouwafval. Een van de mooiste duikplaatsen, van het toch niet waterrijke Twente, was niet meer toegankelijk. Er werd door het bestuur een commissie (Hennie Brunnenkreef en ondergetekende) samengesteld die de opdracht kreeg om in de naaste omgeving duikplaatsen te zoeken. Zo kwamen we in Duitsland terecht bij de “Blaue see”, een afgraving bij Gronau, kleigaten in de buurt van Losser, de Hasseltplas, een meer bij Ruinerwold, afgravingen bij Sibculo, het Hilgelo bij Winterswijk. Veel plassen en meren waren niet geschikt om te duiken, de kleigaten al helemaal niet.
We hebben eveneens veelvuldig gewisseld van binnenaccommodatie. Onze eerste was het al eerder genoemde Van Heekbad. Daarna hebben we in het Stokhorstbad getraind, vervolgens heel lang in het Diekmanbad. Beidde zwembaden bestaan niet eens meer. We zijn ook nog een “blauwe zaterdag” in het Slagmanbad geweest om uiteindelijk als Enschedese club te belanden in het Twentebad te Hengelo. Toen we niet meer terecht konden in Bad Boekelo, hebben we heel lang onze buitenwatertrainingen in Het Vinkennest in Eibergen gehad.
De geschiedschrijving zou niet compleet zijn door te vermelden dat direct of indirect bijna alle duikverenigingen in Twente uit Onderwatergroep Neptunus is voortgekomen. Midden jaren tachtig is nog de Twentse Onderwater Stichting opgericht waar ondergetekende nog als voorzitter heeft opgetreden. In dit verband zijn leuke activiteiten gerealiseerd waaronder de TOS Survival. Bij het 20 jarige bestaan van Onderwatergroep Neptunus is de 1ste Nederlandse Duikbeurs gerealiseerd “Duik in 80” in de Twentehallen te Enschede. De organisatie van dit fenomenale evenement was in handen van de leden Berdie Jongepier en Ton van Duuren. De organisatie had Z.K.H. Prins Bernhard gevraagd om deze beurs te open. Helaas had de prins andere verplichtingen, maar hij heeft wel een prachtige brief geschreven die ook staat gepubliceerd in het beursblad van “Duik in 80”.Van alle Twentse duikverenigingen kreeg de jarige een heel toepasselijk cadeau aangeboden, t.w. een bepaald geldbedrag die bestemd was voor een te revalideren zeehondje die naar het Zeehondencentrum in Pieterburen gebracht zou worden. Anderhalve week later spoelde een zg. huiler (jong zeehondje die zijn moeder is kwijtgeraakt) aan en die kreeg prompt de naam Neptunus. Toen het beestje weer op krachten kwam hebben een groot aantal leden, samen met verzorgers van het Zeehondencentrum het beestje weer vrijgelaten.
Veel van onze leden waren ook actief in diverse commissies die de NOB had opgericht. Hans Waardenburg was voorzitter van de Biologische Werkgroep en die heeft een belangrijke rol gespeeld bij het onderzoek met het dichten van de Grevelingen en de halfopen Oosterschelde. Henk-Jan Zeggeling was voorzitter van de Archeologische Werkgroep en we hebben nog diverse duiken gemaakt naar het ondergelopen klooster Borrendamme. Ook werd de groep ingeschakeld bij het zoeken naar de Nehallenia beelden in de Oosterschelde.
Waar het duiken nauwelijks competitie kent, behalve lange-afstand snorkelen, is er door wedstrijdfanaten het competitie element ingevoerd. Een van onze leden Carla Workel is op lange-afstand snorkelen vele malen Nederlands kampioen geweest en zelfs eenmaal als Europees kampioen. Zo werd het onderwaterhocky en het onderwaterrugby ingevoerd. Binnen onze vereniging werd er ook stevig aan onderwaterhocky gedaan, waarbij er letterlijk en figuurlijk aan de (water)weg werd getimmerd. Veelal flinke schrammen, gekneusde vingers en zelfs een gebroken neus waren het resultaat. Met andere Twentse duikverenigingen is er zelfs een heuse competitie gestart.
Dan was er ook de stikstofnarcose, de alom bekende Martiniwet, die stelt dat elke 10 meter diepte dezelfde invloed heeft als 1 glas Martini op de nuchtere maag. Doordenkend zou dan een stevige drinker ook diep kunnen duiken, zonder de angst voor deze “roes der diepte”. Dit gedachtegoed is nooit wetenschappelijk bewezen, maar wat we wel weten is dat duikers goede “partybeesten” zijn. Onze feesten waren altijd spraakmakend dankzij Max van Garling. Hij organiseerde hele originele feesten zoals de Pirateparty in de Boortoren of the Caribeanparty in De Wilder te Haaksbergen. De Boortoren op het terrein van de Universiteit was veelal de locatie waar we ons zelf konden zijn. Op andere locaties waren onze (wilde) feesten niet meer welkom en dus kwamen we altijd weer terug op deze ideale plek. Spraakmakend was ook de duikdemonstraties in de duiktank tijdens de viering van “Enschede 650 jaar stad” (1975). De duiktank lag op de plek op de Boulevard t.o.v. Chinees restaurant International. Aansluitend hebben zich veel nieuwe lede gemeld.
Onze eerste cluborgaan heette: “In de Koop’ren Helm” zag in 1970 het licht. Henk-Jan Zeggelink en ondergetekende vormden de redactie. Vijf jaar later werd het omgedoopt in de huidige Buddy Babbels. Drie jaar daarvoor had Max van Garling het beeldmerkje van Neptunus gerestyled in het beeldmerkje wat we nu nog voeren, maar dan met een kleine mutatie. Bij de 1ste restyling was het duikmasker van de duiker nog een ovaal en nu een meer moderner duikmasker.
Voor het vullen van de flessen moest men vroeger veel moeite voor doen. Allereerst werd er gevuld in Hengelo bij de Hengelose Zoutindustrie, vervolgens zijn we overgestapt naar de Enschedese Brandweer. Daarna hebben we heel lang gevuld achter het reclamebureau van Max van Garling in het “vulhok” aan de Perikweg te Enschede. Uiteindelijk is de vergunning niet verlengd vanwege geluidsoverlast. Gelukkig is het vulstation nu gehuisvest in het Twentebad waar ook onze trainingsaccommodatie is gevestigd.
Onze vereniging heeft ook redelijk goede bestuurders voortgebracht. De 1ste voorzitter was Jan van Dok vervolgens heer Wissink gevolgd door Henk Jassies, dokter Waardenburg, Hans Waardenburg, Henk-Jan Zeggelink, Maarten Hueck, Walter Bohle, Ed Oonk, ondergetekende, Peter de Bruijn, Michel Leussink en onze huidige voorzitter Robert Wender. Verder hebben een aantal leden het erelid-maatschap verkregen voor hun lange staat van goede diensten en belangeloze inzet. Het gaat mij te ver ze allemaal te noemen, maar voor mijn buddy Max van Garling maak ik een uitzondering. Max heeft met zijn tomeloze inzet, zijn creatieve ideeen, zijn organisatietalent, het beschikbaar stellen van het vulhok en het altijd aanwezig zijn tijdens, training, evenementen en buitenduiken, een belangrijke stempel gedrukt op Onderwatergroep Neptunus. Hij heeft de term “aqua sociaal gedrag “ ingevoerd die nu gebezigd wordt in duikerskringen. Helaas is hij aan een slopende en mensonwaardige ziekte overleden. Maar hij leeft voort in het beeldmerk dat hij Onderwatergroep Neptunus heeft geschonken. Treffender kan het niet, links de God van de zee Neptunus en rechts de duiker in jou!!!!!!
Ruud Hoemakers
Voorzitter Onderwatergroep Neptunus 1981 t/m 1996















